Met De leugenaar brengt auteur Martine Kamphuis haar personage Wynona Post (WP) weer tot leven. Hoog tijd om haar wat vragen te stellen.
Hoe voelde het om Wynona Post weer tot leven te brengen in De leugenaar?
Het was een feestje om weer met Wynona samen te werken! Ik ken haar al sinds 2013 en ik heb haar altijd graag gemogen. Ze is sterk en tegelijkertijd onzeker. Door die combinatie maakt ze soms gekke bokkensprongen.
Het is ook leuk om over haar te schrijven omdat ze net als ik in de geestelijke gezondheidszorg werkt en het zal geen toeval zijn dat ze daar op een vergelijkbare manier instaat. Haar loyaliteit ligt in de eerste plaats bij de client en niet bij de organisatie. Dat kan soms voor complicaties zorgen, weet ik uit ervaring.
Hoe verwerk je jouw werk als psychiater in je thrillers?
Door over de geestelijke gezondheidszorg te schrijven, kan ik frustraties over het werk – de administratieve druk, uitwassen die voortvloeien uit financieringssystemen en de gelukkig zeldzame hulpverleners die vooral aan zichzelf denken – van me afschrijven. Tegelijkertijd realiseer ik me door het schrijven vaak ook hoe leuk mijn baan is. Ik loop nu bijna 40 jaar rond in de GGZ en ik ben nog steeds dagelijks verrast door de moed van de mensen die ik om hulp vragen en de integriteit en het doorzettingsvermogen van de meeste collega’s.
Hoe ging het schrijven van De leugenaar? Had je bijvoorbeeld de plot al in je hoofd?
Het schrijven begon met een idee over een situatie waarin WP klem zou komen te zitten, met een vaag idee hoe vandaaruit de plot zou ontstaan. Toen ik eenmaal bezig was, kwamen de personages tot leven. Dat is wat mij betreft de sweet spot van het schrijfproces, als ik daar beland wil ik het liefst alsmaar doorgaan omdat er dingen gebeuren die ik zelf helemaal niet zie aankomen.
Sowieso, hoe gaat het schrijfproces bij jou?
Je hebt plotters, schrijvers die alles van tevoren uitdenken en werken vanuit een schema, en pantsers, wat verwijst naar de uitdrukking ‘flying by the seat of your pants’, die min of meer worden meegenomen door het verhaal. Ik zit daar een beetje tussenin. Ik heb een startpunt in mijn hoofd, vaak ook een idee waar het naar toe gaat, maar de rest ontstaat als de personages gaan leven.
Als lezers één ding uit het boek moeten meenemen en waar ze wellicht langer over nadenken, wat zou dat volgens jou dan zijn?
Wat mij tijdens het schreven overkwam, was dat ik meer ben gaan nadenken over liegen, ook over de ogenschijnlijk onschuldige leugentjes om bestwil. Wanneer is het oké om een leugen te vertellen en wanneer niet?
Wanneer je de werkelijkheid vervormd, of zaken achterhoudt, doet dat altijd iets met de relatie met je met de ander hebt. Het schept afstand, wat soms goed of passend is, maar in andere situaties haaks kan staan op wat je eigenlijk wilt.
Lezers hoeven niets mee te nemen uit De leugenaar, je leest een thriller vooral voor je plezier, maar ik zou het leuk vinden als een enkeling wat meer stil gaat staan bij de vraag wanneer ze leugens inzetten en of dat klopt met wat ze eigenlijk willen.
Schrijf jouw recensie!