De nieuwe thriller van auteur Marion van de Coolwijk is net bij De Crime Compagnie verschenen: Vlijmscherp. Hoog tijd om wat vragen aan haar te stellen
Jouw nieuwste thriller heet Vlijmscherp. Kun je kort aangeven waarover het boek gaat?
Zonder de clou te verraden gaat dit boek over een onderwerp dat ik op een toegankelijke manier aandacht wilde geven. Het boek bevat twee delen. In het eerste deel lees je over de familie Stern: vader, moeder en de tweeling Billie en Boaz. Als de beste vriend van de vader vermoord wordt, begrijpt niemand waarom. Elke vorm van logica ontbreekt. Maar als er DNA wordt gevonden leidt dat tot een bekentenis die alles op zijn kop zet. In het tweede deel zijn we zeventien jaar later en volgen we dochter Billie die met gevaar voor eigen leven de allesverwoestende waarheid ontdekt over wat er toen gebeurd is. Lekker veel actie, met gebeurtenissen die elkaar in rap tempo opvolgen.
Wat was de grootste uitdaging bij het schrijven van Vlijmscherp en hoe ben je daarmee omgegaan?
Tijd en ruimte in mijn hoofd. Het verhaal zat eind 2022 als een film in mijn hoofd. Het eerste hoofdstuk was zo geschreven, maar daarna nam mijn eigen leven een wending en belande ik in de hectiek van mantelzorg, werk en nog een stuk rouwverwerking. Het was op. De zinnen kwamen niet meer. Waar ik vroeger een hoofdstuk per dag schreef, kwam ik nu niet verder dan een paar zinnen. Vorig voorjaar in 2025 was er opeens ruimte in mijn hoofd en agenda. De film in mijn hoofd was er nog steeds. Ik las het eerste hoofdstuk dat ik nog had en heb het verhaal in vier weken afgeschreven. Ik was zo blij dat ik het nog kon, dat het er weer was. Toen ook mijn uitgeefster enthousiast was, was voor mij de cirkel rond. Op dit moment leg ik de laatste hand aan een jeugdthriller voor Leopold. Het verhaal voor een volgende thriller zit al voor een groot deel in mijn hoofd. De film draait weer.
Je vertelde dat je thrillers ‘als een film’ in je hoofd afspelen tijdens het schrijven. Als je deze Vlijmscherp kon casten met acteurs van jouw keuze, wie zou je kiezen voor de hoofdrollen in je nieuwste thriller?
Poeh, dat is best moeilijk. Bij een auditie zou ik het liefst onbekende acteurs willen. Vader Stern is arts met een randje, dus dat zou een goede rol zijn voor Jeroen Spitzberger. Zijn vrouw (de hoofdpersoon in het eerste deel van het boek) is een eenzame vrouw die alles heeft, maar zich verveelt. Loes Haverkort of Sylvia Hoeks misschien? Voor dochter Billie, hoofdpersoon in het tweede deel, zie ik iemand als Aiko Beemsterboer (uit Oogappels) voor me. Holly Mae Brood zie ik wel als haar vriendin Selina, en rechercheur Barlas is een toprol voor Dilan Yurdakul.
Je houdt van puzzels en plottwists. Wat is de meest creatieve (of misschien zelfs bizarre) clue die je ooit hebt bedacht, maar uiteindelijk niet in een boek hebt gebruikt?
Die komt in mijn nieuwe thriller toch tevoorschijn. Ik broed nu op hoe je dit geloofwaardig laat zijn en de lezer helemaal meeneemt in dit proces. Dus dat ga ik niet verklappen 😊
Je noemde dat je thrillerlezers geoefende speurders zijn. Welke schrijvers- of thrillertruc heb je zelf geleerd van het lezen van andere thrillers die je sindsdien bewust toepast in je eigen werk?
Als jong meisje las ik al Agatha Christie boeken. Het speuren, puzzelen en het combineren van kruimels die je krijgt vind ik heerlijk. Ook films moeten dat ingrediënt hebben. Dat je aan het eind denkt: `Huh?` Ik houd ervan om lezers op het verkeerde been te zetten, maar wel kruimels te geven. Met aan het eind toch nog even die twist die je niet zag aankomen. Het moet vooral niet te makkelijk zijn, maar wel te vinden zijn. Tot nu toe is dat goed gelukt in al mijn 6 thrillers als ik de berichten van lezers lees. Echt tof. Het vergt even voorbereiding, maar als ik de `film` in mijn hoofd klaar heb, hoef ik het verhaal alleen maar op te schrijven.
Je combineert een lange schrijfcarrière met dyslexie-specialisatie en lesgeven. Op welke manier heeft je kennis van beelddenken en leesdidactiek je geholpen bij het vormgeven van plot en structuur in je thrillers?
Ik denk snel, associatief en beeldend. Ik weet niet anders. En omdat ik ook goed ben in talig denken, kan ik beide inzetten bij het schrijven van mijn boeken. Als film zet ik het verhaal op, wat ik vervolgens in taal verwoord. In de jaren `90 kwam ik in aanraking met het begrip visueel-ruimtelijke (beeld)denken: de oorspronkelijke manier van informatieverwerking van mensen. Ik herkende veel bij mezelf, maar ook bij mijn leerlingen met dyslexie. Enige verschil is dus dat ik ook het verbaal-volgorderlijke (taal)denken kan inzetten. Dat leer je te ontwikkelen op de basisschool in de eerste tien jaar van je leven: praten, lezen, schrijven, dingen op volgorde doen, plannen, structureren etc. Rond je 12e jaar kun je dan beide manieren van denken toepassen en ga je naar het middelbaar onderwijs. Helaas verlaat op dit moment 1 op de 3 kinderen de basisschool met onvoldoende verbale capaciteiten. Zij blijven noodgedwongen het visueel-ruimtelijke (beeld)denken inzetten. En dat botst met school. Niet de lesstof of intelligentie is vaak het probleem, maar de manier van lesgeven en toetsen. Ik maak me al decennia hard voor meer aandacht voor de talenten van beelddenkers. Die zijn zo nodig in deze visuele maatschappij. Daarom heb ik de LEREN LEREN Methode ontwikkeld met wetenschappers om deze leerlingen visuele handvatten te geven om die toets wel te halen. En mijn leesmethode LetterKlankStad leert leerlingen echt goed lezen, in plaats van race-lezen. Ik gun het iedereen dat ze beide manieren van informatieverwerking kunnen inzetten, zoals ik dan kan.
Je hebt veel boeken geschreven voor verschillende doelgroepen. Als je één element uit je jeugdboeken (bijv. stijl, techniek of thema) zou meenemen naar je thrillers voor volwassenen, wat zou dat dan zijn en waarom?
Die vraag krijg ik vaker. Mijn schrijfstijl is altijd hetzelfde. Ik schrijf beeldend, gebruik woorden en best korte zinnen die bij de lezer beelden oproepen. Wie mijn jeugdboek MZZL Meiden leest, herkent dezelfde pen als in Vlijmscherp. De inhoud is wel anders natuurlijk, aangepast aan de doelgroep. Maar ik zet altijd de verbeelding van de lezer centraal en verwacht ook dat ze met me meebewegen. Als ik schrijf dat het warm en zonnig voorjaarsweer is, dan ga ik ervan uit dat de lezer wel weet dat de zon schijnt, de bloembollen bloeien, de mensen geen winterjassen meer aanhebben… Ik schrijf dat niet allemaal uit voor hen. Dat doe ik ook in mijn jeugdboeken niet. Juist omdat ik snel, associatief en beeldend denk, ben ik best een ongeduldige lezer en schrijver, haha. Wie houdt van paginalange verhandelingen die niets toevoegen aan de rode draad van het verhaal, moet niet bij mij zijn. Ik ga het liefst recht op mijn doel af. Elk woord, elke zin heeft betekenis voor de lezer.
Write your review!