Patholoog Frank van de Goot is misschien wel de bekendste patholoog van Nederland. Je kunt hem kennen van het tv-programma De doden liegen niet, waarin hij op zoek ging naar de doodoorzaak in verschillende zaken, vaak op verzoek van nabestaanden.
In Post Mortem legt hij uit wat zijn werk als forensisch patholoog inhoudt aan de hand van verschillende cases. Het boek begint met zijn achtergrond, waarin hij uitlegt hoe en waarom hij patholoog is geworden. Daarna volgt steeds een kopje ‘Pathologie voor leken’, waarin een vakterm zoals Y-snede, inwendige schouw, ontbinding of biopsie wordt uitgelegd. Vervolgens volgt er dan een gerelateerd verhaal uit de praktijk. Ook worden in het deel ‘Pathologie voor leken’ verschillende methoden van doodgaan besproken, zoals verdrinking, verwurging of verbranding of geweld, waarna ook weer cases uit de praktijk volgen.
Verder vertelt Van de Goot in Post Mortem over enkele bekende en spraakmakende gevallen waar hij bij betrokken was, zoals die van het Nederlandse model Ivana Smit, die in Maleisië van het balkon van een hoog gebouw is gestort, het geval van iemand die zijn buurman neerschoot, waarna bleek dat deze man net daarvoor al aan een hartaanval was overleden en niet aan de schotwond, en de zaak waarbij iemand in een restaurant stikte in haar sushi, maar bleek te zijn overleden aan een aangeboren hartafwijking.
Omdat met pathologie niet altijd een eenduidige conclusie kan worden getrokken, is Van de Goot erg zorgvuldig in zijn taalgebruik. Constructies en woorden als “ik vermoed”, “mogelijk” of “kan gebeurd zijn” komen vaak voor. Verder doet hij vaak experimenten om mogelijke uitkomsten na te bootsen. Zo wilde Van de Goot eens weten hoe verschillende soorten grond de ontbinding beïnvloeden en begroef hij daarom tientallen varkenspootjes in bakken, om na vier maanden te kijken hoe de ontbinding was verlopen. Ook was hij creatief met koeienbloed en bezocht hij een middelbare school om in de gymzaal de effecten van een val van het balkon met mensen van verschillende lengte na te bootsen.
Van de Goot is een kleurrijk figuur die naar eigen zeggen zijn autisme goed benut in zijn vakgebied en allergisch is voor de uitspraak “dat kan niet”. Hij doorspekt zijn interessante verhalen met droge humor en mooie citaten, zoals:
“Mijn lieve moedertje heeft nooit geweten dat ik haar schuur heb gebruikt om samen met mijn studenten honderden dode bisamratten op kenmerken van verdrinking te onderzoeken. Ze bracht thee en chocolaatjes en vond het wel gezellig, al die mensen over de vloer” (p.129).
Je leert als lezer in Post Mortem hoe een patholoog te werk gaat en wat het verschil is tussen klinische en forensische pathologie (werken met levende mensen voor een diagnose of werken met dode mensen om een doodsoorzaak vast te stellen). Een forensisch patholoog krijgt niet te veel informatie om te voorkomen dat er naar een conclusie toe wordt gewerkt, terwijl een klinisch patholoog juist zoveel mogelijk informatie nodig heeft om de juiste diagnose te stellen.
Het boek eindigt met een verklarende woordenlijst van alle vaktermen die in het boek worden genoemd. Al met al is Post Mortem een zeer informatief en heel interessant, leuk boek om te lezen. Het is moeilijk om van een ingewikkeld, wetenschappelijk onderwerp een boek te maken dat niet gortdroog is en moeilijk wegleest. Frank van de Goot is daar samen met schrijfster Marja West goed in geslaagd.
Ik ben Silvie van der Zee, sinds kort veertiger (1985) en al fanatiek lezer sinds ik heb leren lezen. Mijn ultieme droom vroeger was kinderboekenschrijfster worden. Dat is niet gelukt, maar ik schrijf wel veel voor mijn werk en uiteraard verslind ik nog steeds veel boeken. Van zelfhulp tot chicklits en historische romans, maar toch het liefst wel thrillers. Karin Slaughter ontmoeten was een droom die uitkwam. Naast lezen houd ik van Zumba, pizza en reizen. Dat laatste gaat gelukkig goed samen met lezen 🙂.
Alle recensies van deze recensent
Schrijf jouw recensie!